Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Ervaringen met Waterwijzers en verdere ontwikkelingen

Hieronder geven we u een kort overzicht van de ervaringen die tot dusver zijn opgedaan met de instrumenten, alsmede mogelijke verdere ontwikkelingen.

1. Waterwijzer Landbouw in Lumbricus (2017)

In het kader van het kennisprogramma Lumbricus is voor twee gebieden op de zandgronden een praktijktoets uitgevoerd met de Waterwijzer Landbouw. Geconcludeerd is dat het mogelijk is met het instrument uitgesplist droogte- en natschade te berekenen voor gras en maïs. De studie heeft laten zien dat Waterwijzer Landbouw – zeker na uitbreiding voor andere gewassen en de bedrijfsvoering – onmisbaar is bij het doorrekenen van klimaatscenario’s, het bepalen van effecten op gewasopbrengsten en voor het klimaatrobuust inrichten van gebieden. Zo kan met behulp van de Waterwijzer Landbouw ook de meest geschikte gewassen voor specifieke gebieden bepaald worden.

2.  Waterwijzer Landbouw Laag Nederland (2018)

In Laag Nederland zijn de hydrologische omstandigheden en bijbehorende vragen en uitdagingen anders dan in Hoog Nederland. Daarom is het van belang om proeftoepassingen (pilots) te doen die inzicht geven in de voorspellende kracht en de bruikbaarheid van Waterwijzer Landbouw in dit deel van ons land. Waterschap Amstel Gooi en Vecht, de Hoogheemraadschappen Hollands Noorderkwartier, Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard en de provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Holland hebben een aantal vragen gesteld die betrekking hebben op de toepassing van de Waterzijzer Landbouw, met name de WWL-tabel. Deze vragen hebben geleid tot het als pilot toepassen van deze tabel toepassing in vier proefgebieden in Laag Nederland.

3.  Ervaringen met Waterwijzer Natuur
Het Waternood-gedeelte van de Waterwijzer Natuur is reeds in vele projecten gebruikt, vooral door waterschappen. Het PROBE-deel is succesvol toegepast in de stroomgebieden van de Baakse beek en de Tungelrooyse beek. Uit die toepassingen bleek dat sommige vegetatietypen het moeilijk kunnen krijgen onder het droge en warme KNMI-scenario, terwijl andere typen juist gaan profiteren. Met ca. 10 cm verhoging van de grondwaterstand zouden de negatieve gevolgen echter al kunnen worden verholpen. Ook bleek bij de toepassing dat er locaties zijn buiten de als natuur aangewezen gebieden, waar grote potenties liggen voor de ontwikkeling van waardevolle vegetatietypen.

4. WWN fase 2
De komende jaren gaat de WWN verder worden ontwikkeld. Met name de voedselrijkdom en de zuurgraad van de bodem worden nu nog onvoldoende procesmatig en dus klimaatrobuust, berekend. We starten in 2018 met de verbeterde modellering van de zuurgraad, een project waarin WUR-WENR en KWR nauw samenwerken. Een goede berekening van de zuurgraad is vooral van belang voor kwelafhankelijke vegetaties, zoals blauwgraslanden, die zeer gevoelig zijn voor kleine veranderingen in de waterhuishouding.